Laten we wat bijleren van de meer bescheiden bijen

Laten we wat bijleren van de meer bescheiden bijen

De bij maakt me blij of hoe een fascinatie uiteindelijk een passie werd, maar ook hoe die kleine bij mij tot bij filosofische kwesties bracht. Misschien is het zelfs stof voor de sociologen en filosofen onder ons.

Ik ben nochtans geen wetenschapper maar de wetenschap van de bij fascineert me wel. Jarenlange ervaring bracht me tot de imker die ik nu ben.

En ik ben er me ook van bewust dat ik nog een lange weg te gaan heb vooraleer ik de complexiteit van een bijenvolk kan doorgronden.

Het bewijs dat een bijenvolk het enige organisme is dat tot dezelfde doorslaggevende functionele vernieuwing kwam als de zoogdieren doet vermoeden dat het echt om meer gaat dan om oppervlakkige overeenkomsten.

Om in deze overeenkomsten meer te zien dan verbluffende maar wellicht betekenisvolle analogieën, kunnen we het beste beginnen met de vraag rond 'het waarom' van deze gemeenschappelijke kenmerken. Hebben ze een reden? Hebben ze een doel?


Volgens alle gangbare criteria zijn honingbijen insecten. Naar schatting zijn ze zo'n 30 miljoen jaar geleden al, in hun huidige vorm verschenen.

Maar in de negentiende eeuw verkregen ze de rang van gewervelden. Dit op grond van een diepgaande vergelijking geformuleerd door de imker Johannes Mehring (1815-1878) die het bijenvolk beschouwde als een enkel 'wezen' dat op die manier dan toch veel op een gewervelde leek. De werkbijen vormden namelijk samen het lichaam met zijn stofwisselingsorganen en al wat verder nog nodig is om het 'wezen' in stand te houden. Dit terwijl hun koningin met het vrouwelijke, en de darren met het mannelijke voortplantingsorgaan overeenkomen. Is dat niet gek? Toeval?

De organische perceptie van het individu maar dan nu als de bijenkolonie als ondeelbaar geheel, als één enkel levend wezen. Een soort superorganisme dat ook precies weet hoe zich in stand te houden. Namelijk door de geoliede samenwerking van afzonderlijke individuen.

De Amerikaanse bioloog William Morton Wheeler, gaf de bijenkolonie al de titel van 'superorganisme'. Dit was op basis van zijn studie van de mieren.

Deze bewering die voor jou misschien toch wat vergezocht lijkt, wordt al heel wat minder vreemd wanneer je niet let op de lichaamsbouw van de honingbijen en op hun fylogenie, en ook niet op hun evolutionaire herkomst. Bekijk hen in het licht van de evolutionaire vernieuwingen waarmee de zoogdieren alle andere gewervelden achter zich lieten. Zoogdieren en ook honingbijen innoveerden namelijk door het laten samengaan van de volgende innovaties:


  • -Zoogdieren vermenigvuldigen zich traag - honingbijen doen dat ook

  • -Zoogdiervrouwtjes maken moedermelk - honingbijen hebben zustermelk

  • -Zoogdieren hebben een baarmoeder - honingbijen hebben een sociale baarmoeder met dezelfde ideale omstandigheden

  • -Zoogdieren hebben een lichaamstemperatuur van 36° - honingbijen hebben in de sociale baarmoeder een temperatuur van 34- 35°

  • -Zoogdieren hebben een groot leervermogen en de hoogst ontwikkelde cognitieve vaardigheden. Honingbijen hebben een buitengewoon hoog ontwikkelde aanleg om bij te leren. Het zijn cognitieve vaardigheden waarmee ze sommige gewervelden overtreffen.


Hieruit kunnen we dus besluiten dat de bijenstaat het enige superorganisme is dat tot dezelfde doorslaggevende functionele vernieuwingen kwam dan de zoogdieren. Het gaat dus om meer dan wat oppervlakkige overeenkomsten. Evolutionair kunnen we nog een stap verder gaan. De beter aangepaste en meest succesvolle vormen zullen zich vermenigvuldigen. De minder goed aangepaste zullen verdwijnen. Stressgevoeligheid kan bijvoorbeeld zo'n nieuw selectiecriterium zijn.

Dat is de crux van de Darwinistische theorie over het evolutiemechanisme. Het zijn cruciale kwantumsprongen in de evolutie van de complexiteit van het leven. Maar hoe zat die evolutie ook weer in elkaar?


  1. Erfelijk materiaal = zichzelf kopiërende moleculen

  2. Cel en voortplanting door celdeling

  3. Meercellige organisme

  4. Superorganisme

  5. Hyperorganisme (??)


De vraag waar ik mee worstel is nu deze:

Staan de honingbijen , net als mieren , aan de vooravond van een kwantumsprong? Zijn ze zo geëvolueerd door hun vermogen zich steeds weer aan te passen aan veranderende omstandigheden? Of zijn ze nu ook met uitsterven bedreigd omdat ze zo dom zijn? Voor dit laatste acht ik vooral de mens verantwoordelijk want ze begrijpen de complexe samenhang van de natuur en haar biotische en abiotische processen niet. Mea culpa. Mogelijk begrijpen ze zelfs hun eigen soort als superorganisme niet? Je moet goed kunnen samenwerken om je als soort te kunnen handhaven.

Let wel, deze theorie is niet de mijne, maar ze helpt me wel om het bijenvolk beter te begrijpen.

Het laat me toe termen zoals darrenslacht, zwermen... en ja, zelfs sterftes, te kunnen plaatsen.

Genetische perfectie nastreven, survival of the fittest. God heeft ze zo gemaakt en dit noem ik beleefd  gewoon 'evolutie'.

We kunnen hierin nog een stap verder gaan en de hiërarchie binnen de bijenkast doortrekken naar wat wij het goed functioneren van een maatschappij noemen. Het individualisme ruimt bij hen toch duidelijk plaats voor het grotere geheel. Loopt dit mis in onze menselijke maatschappij? Het doorgedreven individualisme dat alles en dus ook alle noodzakelijke verbindingen kapot maakt? Of zakken we af naar communisme? Vormt politiek de lijm van het geheel of net niet?

Maar dat is weer een andere topic. En vooraleer de 'buzz' van een goede discussie losbarst, denk dan twee keer na vooraleer je een bij wil doodmeppen.

Deze bijen maken namelijk allen deel uit van een groter geheel en wij mensen zijn God niet.


Edith - Gepassioneerd (Darwinistisch) imker