Moeder waarin leven wij?

Moeder waarin leven wij?

Een gezondheidscrisis als deze kan de achillespees van deze particratie aanwijzen.


Particratie zeg je? Leven wij werkelijk in een particratie waar partijbesturen het voor het zeggen hebben en niet het volk dat zich via verkiezingen liet vertegenwoordigen via zijn uitgekozen parlementariërs? Niet in een democratie zoals we op school leerden? Ja, je moet werkelijk geen groot ziener zijn om te merken dat onze democratische middelen werden ingeperkt en dat onze ministers niet noodzakelijk de verkozenen zijn. Nepotisme (je familieleden naar voor schuiven, zoontjes van…) is er ook.  Zelfs censuur en zelfcensuur zijn vandaag geen taboewoorden meer want ze worden vlot in de mond genomen door de politici. De burger kan niet rechtstreeks participeren aan het beleid, en onderweg kunnen ze ook geen feedback geven want er bestaan geen legale anticiperende feedbackmechanismen. Nochtans hebben de burgers en de media de waakhondfuctie in een democratie. 


Tijdens een tv-debat, hoorden we ook duidelijk dat het parlement zich nu buitenspel voelt gezet in deze crisis en dat een aantal onder hen zich terecht vragen stelt over de basisrechten van de burgers want waar plaats je bijvoorbeeld 'huisvredebreuk'? In feite vertegenwoordigen de parlementariërs, althans de kamer, de stem van het volk, ook al merkten we dat ze vooral de stem van partijbesturen dienen te vertolken en dat hiervan afwijken niet zo goed wordt geduld.


Kan het dan anders?


Een directe democratie naar Zwitsers model geeft wel voldoende inspraakmogelijkheden. Zouden zij ginds meer in de burgerwijsheid durven geloven en meer in diezelfde burger durven investeren want hier worden we toch eerder als bestuursonbekwaam weggeschreven? Een vraag die Marc Reynebeau zich ook al stelde. 


Het is verder ook kwalijke evolutie dat de economische sector zoveel macht krijgt, omdat in dit milieu wèl raadgevende experts worden aangeduid die onze politici kunnen bijstaan in het nemen van 'wijze' beslissingen. Maar wat zal bij hen 'echt' primeren? En wat met referenda en een geloot parlement? Zouden deze de band met het staatsbestel kunnen herstellen en zouden deze de mensen van de straat kunnen houden, zodat ze niet in een crimineel sfeertje worden geduwd waar ze in feite helemaal niet thuishoren? Hier en daar spreekt men voorzichtig ook van een geloot parlement en een burgerraad, maar die functie zou de kamer weer moeten kunnen opnemen of je doubleert datgene wat in feite al bestaat. Zij zijn toch onze volksvertegenwoordigers. Wij zeggen wat we leven in een democratie maar weten wij überhaupt nog waar een democratie precies voor staat? Blijkbaar niet hé.


De Raad van State aanvaardt dat één minister maatregelen neemt die onze grondwettelijke vrijheden en rechten drastisch beperken. Onverantwoord, zo vinden 25 grondwetsspecialisten. Ze luiden de alarmbel. (citaat uit De Standaard, 02/11/2020)


Reynebeau in DS, 21/11/2020 vraagt zich af waarom ze ‘de burger’ die zij tot dusver niet bekwaam genoeg achten om ‘voostellen te doen of te stemmen’, niet terug de macht geven want onze politici blijken zelf niet zo goed geïnformeerd, zelf niet zoveel burgerzin aan de dag te leggen, en lijken veel baat te hebben bij het immense en bijzonder complexe doorschuifsysteem dat ons staatsbestel inmiddels is geworden. Ondoorzichtigheid als troef voor het ontlopen van verantwoordelijkheden? Is die burger werkelijk zo dom dat die niet kan denken in functie van het collectief belang? Zoals het superorganisme dat zou doen. (zie artikel over 'de bij') Misschien doet die burger het wel beter dan zijn bestuurders, zo bedenkt Reynebeau:

 ‘Velen ervaren de staatsstructuur inmiddels als een ondoorgrondelijk kluwen. Die is dan ook het resultaat van vaak schimmige compromissen, waar nooit veel publiek debat of een collectief leerproces aan vooraf ging. En ja, de democratische finesses van het federalisme zijn complex. Maar voor de ‘burgers’ was het altijd zwijgen en slikken.’


Zo ging het in de recentste etappes vaak: geen voorbereiding, onderhandelaars die elkaar amper kenden, wat gegoochel met illusoire ‘gesprekken van gemeenschap tot gemeenschap’, waarna bij nacht en ontij gemarchandeer volgde in de context van een zo al lastige regeringsvorming, in de beslotenheid van kastelen of achterafzaaltjes, in een geven en nemen tussen de partijen en in compromissen tussen regeringsbeleid en communautaire keuzen, met een eindresultaat waarvan alleen de partijvoorzitters de kleine lettertjes kennen. Zij bestendigen hun monopolie in kennis en controle door al evenzeer door niemand verkozen kabinetten of dito dure advocatenkantoren de wetteksten te laten schrijven en die desnoods ‘met de karwats’ – dixit wijlen Volksunievoorzitter Hugo Schiltz – door het parlement te jagen.


Of samengevat in de titel van zijn artikel: Vertrouw de burger toch maar. De federale regering wil ‘gewone’ burgers een stem geven bij het herzien van de grondwet. Waarom niet, zegt Marc Reynebeau, want nu beslist een particratie die in staatshervormingen ook nooit erg transparant is gebleken.


https://www.standaard.be/cnt/dmf20201118_98014975