Wat bedoelen we met samenhuizen of gemeenschappelijk wonen?

Het concept is zo oud als de straat, maar cohousing klinkt vandaag modern en zelfs wat chiquer. Het werd heel zeker een begrip bij investeerders in vastgoed, die de maatschappelijke ontwikkelingen nu op de voet volgen. Betaalbaar wonen is een nieuwe nood. En die investeerders spelen er gretig op in. Oude panden, fabrieksloodsen, prachtige verlaten vierkantshoeven en kastelen werden plots omgeturnd naar cohousingsprojecten. Zelfs voor de sociale woningbouw. Het resultaat mag er daar ook wezen: je zou helemaal niet vermoeden dat het om sociale woningbouw gaat.


We spreken van gemeenschappelijk wonen of ‘samenhuizen’ wanneer bewoners uit verschillende gezinnen geheel vrijwillig in meer of mindere mate van gemeenschappelijkheid met elkaar samenleven. Ze delen een bepaalde woonvisie en levensvisie, zoveel is duidelijk. Voor de bewoners van zo'n woongemeenschap is de sociale en ecologische meerwaarde van dit samenwonen erg belangrijk. Ze wonen dus niet enkel samen vanuit economische motieven. Bovendien, sommige cohousingsprojecten zijn niet eens erg goedkoop, want wie wil er niet in een beschermde en rustige kasteelomgeving met vijvers wonen, verbonden aan een park waar de kinderen die er kunnen opgroeien en er de tijd van hun leven kunnen beleven.


Er bestaan verschillende vormen woongemeenschappen, zoals het aloude gemeenschapshuis voor studenten (op initiatief van de student die zich opgaf als hoofdhuurder) en ex-studenten waar zij de living, de tuin, de badkamer, de wasruimte met toebehoren en het toilet delen. Maar er zijn ook de woongroepen, het co-wonen of cohousing, en nog ruimere leefgemeenschappen. In deze diverse vormen verschilt de mate van gemeenschappelijkheid heel sterk: sommige delen bijna alles en hebben alleen een privéslaapkamer. Verdraagzaamheid naar de anderen is dan heel belangrijk want ook ‘leefbaarheid’ staat centraal.


Anderen hebben een autonome gekochte of gehuurde privéwoning of unit binnen een gemeenschappelijk woonproject. Wat al deze vormen gemeen hebben is dat er altijd een aantal gemeenschappelijke ruimtes zijn, en/of een gemeenschappelijke moestuin en/of speeltuin. Ook al is er veel gemeenschappelijks, er wordt verder geen druk uitgeoefend om dit alles ook ‘samen’ te beleven. Voor sommige bewoners is reeds het gevoel belangrijk dat zij er niet alleen zijn. Dat er enige sociale controle is. Anderen vinden ‘sharing’ en samen beleven net heel belangrijk.


Kangeroewoningen zijn gewone woningen waarin 2 generaties apart samenleven op één stek. De ouders wonen in een appartement boven het gezin van één van hun kinderen of omgekeerd. Op die manier is er altijd opvang voor de kinderen, en later ook ouderzorg voor de ouderen. Drie generaties doen er dus hun voordeel mee. Ook de grootouders zien de kleinkinderen opgroeien. En de woning blijft nooit onbewaakt achter wanneer 1 gezin op reis gaat.

  • Facebook Social Icon
  • LinkedIn Social Icon

©2021 door De Groene Gedachte

Inschrijfformulier